Zomerserie ideologie deel 1: The Goal

In mijn vorige post heb ik een tipje gelicht over waar ik ideologisch sta. Nu stopte ik dat al niet onder stoelen of banken, maar het leek me wel interessant om eens toe te lichten waar die denkbeelden nou vandaan komen.

De meest invloedrijke schrijver voor mij, zakelijk dan, is Goldratt. Als ik een boek moet aanraden om te lezen is dat wel The Goal, vertaald als Het Doel. Naast dat dit boek leest als een gewoon boek en niet als een verkapt theorieboek, beschrijft het een van de belangrijkste en onbegrepen principes in de productietechniek.

Dit principe heet in het Nederlands de zwakste schakel of de flessenhals. Het gaat ervan uit dat er altijd een machine of proces in een keten is, die de totale productie bepaalt. Investeren en optimaliseren van elke andere machine in die keten levert zelden iets op voor de totale doorstroming. Het lastige is dat zo’n flessenhals lang niet altijd een machine is. Net zo goed kunnen orderverwerking, planning, inkoop of logistiek de beperking zijn.

Vandaar dat ik altijd zo op dat optimaliseren loop te mopperen, het richt zich 9 van de 10 keer op het verkeerde. Ik durf gerust te stellen dat het nog wel eens goed kan zijn om iets níét te doen. Een machine gewoon niets te laten doen is misschien wel de lastigste les uit Het Doel. Elke moeite om de flessenhals te ontlasten of te verbeteren mag ten koste gaan van al het andere. De reden hiervoor is dat als het ontvangende, volgende, kritische proces er niet klaar voor is, het ook geen zin heeft om het ‘alvast’ te doen.

Het gangbare idee in de wereld is dat een keten van geoptimaliseerde processen, een optimaal proces is. Lees Het Doel en begrijp waarom dit je reinste waanzin is. Dit is het typische massaproductiedenken van honderd jaar geleden.

Richt je een fabriek in met Het Doel in de hand, dan krijg je een machine of proces die de maat aangeeft. Die machine moet altijd iets te doen hebben en heeft dus een buffertje aan de voorkant. Die machine moet ook altijd zijn product kwijtkunnen, dus een buffertje aan de achterkant. En pas als die buffers daarom vragen, gaan de andere machines produceren. De rest van de tijd hoeft maximale bezetting geen doel op zich te zijn.

Stel je een draaibank voor, gevolgd door een harderij. De draaier wil zo min mogelijk omstellen en produceert daarom alle onderdelen van één conusvariant achter elkaar. Zijn machine draait efficiënt, maar de harderij wacht intussen op de andere varianten die nodig zijn om complete orders te verwerken. De draaibank is lokaal geoptimaliseerd, terwijl de totale doorlooptijd juist langer wordt en leveringen vertragen.

Focus daarom op doorlooptijd. En bewerkingstijd maakt bijna nooit serieus deel uit van de doorlooptijd. Vraag je bij elke verbetering eerst af: verkort dit de doorlooptijd van de hele fabriek, of alleen de bewerkingstijd van één machine? Als het laatste het antwoord is, ben je waarschijnlijk lokaal aan het optimaliseren.

De twee kanten van Taylor

Mijn huidige project dwingt me een paar opvattingen te heroverwegen. Je kent het vast wel. Je...

Met de vingertjes

Met de vingertjes, met de vingertjes, met de platte, platte, platte, platte handjes. Jaja zo gaat...

Wil je jouw bedrijf naar een hoger niveau tillen?